Undercover

Debby Haagmans is moeder van drie, gezondheidszorgprofessional, ouderschapsfanaat, schrijver (ookikschrijf.nl), dinokwartetgrootmeester, en levenskunstenaar. Elke woensdag schrijft zij voor mama nova over haar leven als moeder. Deze week: een ongeluk zit in een klein hoekje, zelfs voor levensgevaarlijke boeven.

Het spelletje ging zo: Oudste was de gevluchte gevangene en Peuter en ik waren undercover superhelden met maar een missie: er zo tof mogelijk uit zien. Wij tijgerden over de grond, hielden stil achter elke boom, fiets, en lantaarnpaal, wij maakten wilde handgebaren die eerder niet bestonden terwijl we er mysterieus bij keken tot we uiteindelijk in al onze grootsheid boven aan de glijbaan stonden. Van daaruit hadden we goed zicht op de gevangene en dankzij de boom er pal naast kon hij ons moeilijk zien. Toen hij een klassieke beginnersfout maakte (lees: zich liet verleiden tot een potje voetbal) besloten wij, inmiddels flink moe gestreden, naar beneden te glijden om hem in te rekenen. Opdat het recht kon zegevieren. Enfin, ik deed dat, ik rekende hem in en loodste hem naar de overkant alwaar hij een flesje water van mij kreeg maar de helft van ons undercoverteam verzaakte en klom weer de glijbaan omhoog. En daar ging het mis.

Peuter is drie en motorisch heel gemiddeld: een glijbaan opklimmen doet hij met gemak. Ook achterstevoren op blote voeten en met een brandende geit op zijn nek (dat doen we alleen op zon- en feestdagen hoor). De mevrouw die bij de glijbaan stond om haar eigen kleinkind te bewonderen dacht hier anders over. Na wat misprijzende blikken mijn kant op – die ik eerst interpreteerde als bewonderende blikken omdat mijn kind een superheld is – beende ze op mij af en vroeg of ‘dat daar’ van mij was. Glunderend knikte ik. Dat is van mij! ‘En.. je laat hem zo, he-le-maal alleen, op die ontzettend hoge glijbaan?’ Ik keek omhoog naar de glijbaan. Een tikje hoog inderdaad, maar omheind door gele tralies. Veilig bevonden. Door zowel mij als de school als de mensen die het sticker met het keurmerk af hadden gegeven, blijkbaar. ‘Levensgevaarlijk, klimmen op die glijbaan.’ meende ze.

Zo aandoenlijk als alleen een achtjarige dat kan, zei mijn Oudste: ‘Oh hij is niet alleen hoor mevrouw! Kijk, Mees en Daan en Julia zijn er ook. Oh en Max, heeeee Max ik dacht dat je naar zwemles was..’ terwijl hij weg huppelde. Ik grinnikte. De mevrouw keek nu heel boos. Ik schraapte mijn keel en keek weer serieus. Ze deed haar armen over elkaar heen en eiste met haar blik een verklaring. ‘Fijn dat u uitkijkt voor zijn welzijn mevrouw, maar ik let op hem en hij kan dit. Het komt goed, echt.’ glimlachte ik. Glimlachen helpt soms bij boze mensen. Vaak ook niet. En hoewel ik in mijn nopjes was met deze vriendelijke uitleg, was de mevrouw dit allerminst. Ze zuchtte hoorbaar, schudde haar hoofd afkeurend en mompelde iets over ‘ouders van tegenwoordig’.

Terwijl ik me afvroeg of ik met goed fatsoen nu weg kon lopen uit dit gesprek, kwam Oudste compleet overstuur op me afrennen. De mevrouw keek zelfingenomen. Zie je wel, nu huilt jouw kind, vast van de glijbaan gevallen. Ik zag het haar denken. Ik veegde wat tranen van het gezicht van mijn eerstgeborene, de gevluchte niets ontziende gevangene die nergens bang voor was. En door zijn tranen heen sprak hij de legendarische woorden: ‘MAMAAAA MIJN NAGEL IS INGESCHEURD TOEN IK DE WC-DEUR OPEN WILDE DOEEENNNN’. Overal gele tralies, maar de gevaren van toiletbezoek, daar bereidt dan weer niemand je op voor.

One thought on “Undercover

Geef een reactie