Dierenpark

Debby Haagmans is moeder van drie, gezondheidszorgprofessional, ouderschapsfanaat, schrijver (Ook Ik Schrijf), dinokwartetgrootmeester, en levenskunstenaar. Elke woensdag schrijft zij voor mama nova over haar leven als moeder. Deze week: de wildernis.

Om de kosten te beperken gingen wij kamperen in eigen land. Een tent bij een boerderij, met oogverblindende sterrenhemels en groots geluk in blote kindervoetjes op nat gras. Op onze tweede dag daar reden wij naar een Dierenpark. Ik vroeg me af of dat hetzelfde was als een dierentuin want dit Dierenpark stond in Duitsland en daar gaan dingen anders dan hier, dat weten we allemaal. Volgens mijn man was er geen verschil, want er stond een luipaard op het foldertje. Luipaarden vind je alleen in dierentuinen, beaamde oudste zoon heftig knikkend. En in het zwembad van de oehoe, zei de jongste (maar wij verdenken hem er van soms zomaar iets te zeggen).

Het was net buiten Lattrop (Overijssel, het bestaat) dat de auto een gek geluid maakte. Alsof de onderkant er onder vandaan viel, eigenlijk. Het geluid dat je bekken zou maken tijdens een zwangerschap (bekkeninstabiliteitboks!) Mijn man parkeerde de auto op het terrein van een bedrijf in tuinaanleg en zei na een inspectierondje rondom de auto: ‘Ik heb het euvel gevonden: wij hebben een lekke band’. Nu stapten we allemaal uit. Verhip, hij had gelijk. Gelukkig hadden we een reserveband, wist ik nog van de vorige keer dat we een lekke band hadden. Die we er toen niet zelf op konden zetten omdat we geen passend gereedschap bij ons hadden. Ik keek naar mijn man terwijl de jongste een oehoe nadeed. Mijn man floot heel ontspannen een deuntje wat mij deed vermoeden dat hij niet binnen afzienbare tijd iets met gereedschap moest gaan doen – dat doet iets met zijn zengehalte – en zocht het nummer van de ANWB op. De ANWB, waar wij geen lid van waren en lid worden is 95,- per jaar, maar dat komt met ons hoge pechgehalte vast nog wel een keer van pas, dachten we zo. Lid worden is dus geen probleem haha, lachten wij. Doen we!

En de acute noodhulp die we aan jullie verlenen is 150,- ging de mevrouw verder. Joh, zei mijn man. Hij lachte nu niet. Ik gluurde naar binnen bij de tuinaanleggers, maar het leek verlaten. Maar dan worden jullie wel binnen een uur geholpen! zei ze alsof we niet nu al 245,- kwijt waren. Bovendien: een uur is een mensenleven met twee hongerige kinderen aan boord. Ik zocht het nummer van de plaatselijke bezorgpizzeria op. Hij was nog niet open. Exact 74 minuten na het telefoontje met de mevrouw kwam er een mannetje aan in een gele bus. Met een Twentse tongval stond hij ons vriendelijk te woord. De reserveband plaatsen kostte hem acht minuten.

Het idee van het bezoeken van de dierentuin lieten we los toen de jongste een hap uit het been van de oudste nam: zaak was nu dat we voedsel in deze kinderen stopten. Op het terrein van de garage aten we een kilo wilde perziken. De nieuwe band kostte 106 euro. We kregen voor dat bedrag ook nog gratis advies: de andere band aan die kant moest ook vervangen, hij was beschadigd en kon elk moment klappen. Dit was de duurste budgetvakantie ooit. Ik wilde heel hard huilen. Oudste pakte mijn hand en zei lieflijk: ‘Het komt wel goed mam. Anders slaan we mijn zakgeld van deze week over, bespaar je toch weer twee euro.’ ‘Krijg jij TWEE euro per week?’ riep ik onthutst uit. Nee mam, maar hoezo niet? vroeg hij, plotseling misplaatst verontwaardigd. Ik mompelde iets over onterven en veegde mijn tranen weg. En na een paar stille minuten, net toen het voelde alsof ik deze dag achter me kon laten, prikte jongste in mijn zij en vroeg: ‘Zeg mama, waaaaarrr zijn die luie paarden nu eigenlijk?’

 

Geef een reactie